zaterdag 12 juni 2010

07-06 Sunshine Coast en Capricorn Coast

De zonneschijnkust beslaat zo’n honderdtal kilometer ten noorden van Brisbane. Ondanks haar naam kon dit stukje Australië ons, net als de gouden kust eerder, maar matig bekoren. Zo stoven wij in gestrekte draf voorbij de Glasshouse Mountains, slopen over menig rond punt in Noosa en snoven honderd jaar (wat niet zo veel is als je erover nadenkt) ‘geschiedenis’ op in Maryborough.
Wat verder kruisten onze wegen de Steenbokskeerkring en begaven we ons officieel in tropisch gebied. In Rockhampton struinden we kris kras door de plaatselijke, licht in verval zijnde dierentuin, waar we ons verbaasden over de emoe. Naast de struisvogel is de emoe de enige loopvogel ter wereld, hetgeen betekent dat hij niet vliegen kan. Dat hij wél kan lopen was voor ons een grote verrassing, want als je het arme beest ziet, zie je meer kanten naar waar hij elk moment kan omvallen, dan dat hij veren op zijn lijf heeft. Dat het een vogel is en geen varken, was een even grote verrassing toen hij zijn aller-lieftalligste lokroep liet weerklinken: knorrrrrrrrrrrrr! (lachen geblazen!).
Vermits de bewoonde wereld verder noordwaarts steeds dunner bewoond wordt, hebben wij in de grootstad Rockhampton wat inkopen gedaan met het oog op ons welbehagen op de lange termijn. Een lamp (magnetisch tegen het plafond te bevestigen) op zonne-energie en wat kaarsen om de dagen uit te rekken, een opvouwbare tafel om onze stoelen rond te kunnen zetten, een reisfrigootje om wat lekkers in koel te houden en eersteklas tweedehands speelgoed (badminton raketten met pluimpje, een puzzel met 1000 stukken, het twee-persoons gezelschapsspel Quarto).
Zwaar beladen raasden we verder noordwaarts, doorheen Marlborough, waar een merkwaardige tankstationcowboy ons zijn paarden toonde, om daarna in Mackay te belanden, wat wij ondanks de lovende woorden in onze reisgids, ‘een boerengat’ zouden noemen. En vermits wij niet zo houden van een boerengat, trokken we snel weer op pad.



Noosa


Mary Poppins


Maryborough





Rockhampton Zoo



Home entertainment

02-06 Afscheidsperikelen

Na vijf weken ploeteren, zwoegen en ploegen als een boer in de plantenkwekerij werd het stilaan te koud in Park Ridge voor trekvogels zoals wij en dus besloten we weer op pad te gaan in onze ondertussen opnieuw licht omgebouwde woonwagen, onze zuurverdiende centjes in de achterzak.
Om eerlijk te zijn, zijn die vijf weken voorbijgevlogen aan sneltreinvaart, het was een mooie tijd en dus was het even slikken om het eenvoudige huis te verlaten en weer in een nog veel eenvoudiger optrekje te gaan wonen. Met zonnige vakantiedagen in het vooruitzicht beten we door die zure appel.
Voor het definitieve vertrek richting het noorden hadden we nog enkele zaakjes te regelen, waaronder het verlengen van de registratie van de bovenvermelde mobiel. Dit dient te gebeuren in drie stappen: eerst het verlengen van de verplichte verzekering (de green slip), daarna genoeg punten scoren bij de rijwaardigheidstest in de garage en daarna met de goeie rapporten van stap één en twee bij de overheid het nodige geld op tafel leggen voor een nieuwe sticker voor op de voorruit.
Stap één ging zodanig vlot dat stap twee wel voor problemen moest zorgen. Jawel, na honderd kilometer terugrijden tot in staat New South Wales bleek alles in orde te zijn met ons voiture, behalve dat een van de twee staven die de motor op zijn plaats houdt, was gebroken. Het reservestuk zou pas de volgende dag geleverd kunnen worden en bovendien had de mechanicien dat bij een model zoals de onze nog nooit vervangen. Na wat aarzelen gaven we groen licht voor de operatie.
Bij het oppikken van de auto beseften we – te laat eigenlijk – dat er iets niet klopte met de rekening en dat de Duitse garagist had geprobeerd om ons in het zak te zetten. Het geld was ondertussen wel al van de rekening, en na heel wat gedoe en zeer ongepast gedrag van de Duitser hebben we een beetje van ons geld teruggekregen.
Bij de overheid (de RTA) ging ook niet alles zoals het hoorde, omdat we een verlenging van de registratie wilden voor 6 maand en niet voor een heel jaar, maar dat werd blijkbaar enkel online of per telefoon verkocht (stel je voor dat je een klein brood wilt kopen bij de bakker, en dat ze je daar zeggen dat je ofwel een groot brood moet nemen, ofwel op internet je kleine brood kan gaan bestellen). Binnen een paar weken kunnen we bellen en hopelijk raakt alles dan alsnog in orde.
Tweede zaakje dat te regelen viel was het innen van het loon voor het leggen van het tuinpad. Enkele onbeantwoorde telefoontjes en berichten hadden ons al het ergste doen vermoeden, maar de ontvangst die we kregen toen we bij de houtzagerij binnenstapten liet geen twijfel meer bestaan. Wij kregen nota bene de volle laag en werden afgedaan als onfatsoenlijke lieden met gebrek aan respect. Uiteindelijk kalmeerde de voormalige werkgever en scheepte hij ons af met een smoesje en een belofte van alsnog te betalen – iets waar tot nader order nog steeds geen sprake van is.

zaterdag 29 mei 2010

de fotospecial! park ridge


Kapsalon Park Ridge (enkel Bart ontsnapt de dans)


Vissen, 't is toch niet echt iets voor ons


De wacht wordt gehouden bij het haardvuur...
Komt-ie of komt-ie niet, de possum?



Mooie pakjes, om de witte roestverspreiding tegen te gaan op't werk.


Bart doet alsof hij golf speelt (maar oefent stiekem voor bij het haardvuur)



Het dessert van het laatste avondmaal in Park Ridge


Eerst was er niets...


*schroef* *boor* *zaag zaag* *schroef*


En plots is er een woonkamer!

17-05 Mount Couth-Tha

Weekenduitstap nummer drie bracht ons niet dichter bij de dierenwereld, noch naar een paradijselijk eiland, maar naar Mt Cooth-Tha, een spitse bult in het anderzijds hoofdzakelijk stompe landschap rond Brisbane. Ondanks het feit dat dit bergje met het topje van zijn neus slechts een schamele 244 meter boven de zeespiegel uitsteekt, worden er van daaruit massaal tv-signalen richting de Brisbane-se skyline gestuurd: alle zenders die je via de gewone tv-antenne kan ontvangen (zij luisteren naar de uiterst originele namen ‘een’, ‘zeven’, ‘negen en ‘tien’), hebben er hun eigen nieuwsstationnetje en zendmast, die je om beurt tegenkomt als je de pittoreske route volgt die omheen de top van de heuvel slingert.
Boven op de top moet je je tussen de trouwlustige koppels en hun genodigden wriemelen om van een weids uitzicht over de stad te kunnen genieten; hetzelfde beeld dat je ’s avonds in de achtergrond op je tv kan bewonderen, al zit er dan geen bruid maar een opgedirkte nieuwslezeres in de weg.
Behalve een (hoe kan het ook anders) niet-succesvolle zoektocht naar een onvindbare waterval viel er boven óp Mt Coot-Tha nog weinig te beleven, in tegenstelling tot hetgeen er aan den voet van den berg te doen was: een kleine maar fijne botanische tuin met een markant tropisch pavilioen, gebouwd naar de geest van de op atoomstructuren geïnspireerde architectuur van Buckminster Fuller (meer diepgaande lectuur over dit onderwerp vindt u in uw plaatselijke bibliotheek), en een al even klein maar fijn planetarium, genoemd naar Sir Thomas Brisbane (u raadt het al, naar hem is de stad genoemd), een Brits politiek heerschap dat ‘in den tijd’ naar Australië was verhuisd en in zijn vrije tijd niet liever deed dan uren en uren door een telescoop te gluren.
Wij ontdekten die avond geen nieuwe sterren aan de hemel; onze ogen waren strak voor ons gericht op de weg naar huis.


















vrijdag 28 mei 2010

14-05 Avonden (2)

Nogmaals snel even putten uit al eerder verschenen leesvoer; wie had gedacht dat zelfs in een land waar het nooit echt durft te winteren, het in ‘de winter’ (en hier houdt het stelen weer op, want het gaat dit keer over iets anders) verdomd koud kan zijn eens de zon is verdwenen?
Die ‘koude’ is uiteraard zeer relatief, maar in huizen en tuinen zonder verwarming is het niet meer zo aangenaam toeven eens het kwik blijft hangen rond het dertien-graden peil. Gelukkig is er hier een open haard, is er wat hout in de buurt en spelen wij graag vuurtje stook. De brandmelder heeft wel – en echt zeer snel – laten horen dat hij niet zo’n fan was van de rookwolk die bij het eerste brandje de woonkamer vulde, maar dat was maar klein bier vergeleken met wat de possum er van dacht.
Jazeker, de possum. Wij hebben in eerdere berichten laten verstaan dat de possum in de badkamer vakkundig was verwijderd, maar over de possums die ’s nachts een robbertje vechten op het dak hadden we nog niets verteld, wegens dat er niet veel meer over te vertellen valt dan dat er ’s nachts soms possums een robbertje uitvechten op het dak en dat er daarbij af en toe eentje in de schoorsteen duikelt (hetgeen zeer persoonlijk werd ondervonden bij een rendez-vous met twee glimmende ogen in het donker tijdens een onbezorgd nachtelijk toiletbezoek).
Nu, op het moment dat de brandmelder was getemd – door te doen wat eigenlijk niet mag, namelijk hem zijn batterijen ontstelen –, begon er onderaan in de schoorsteen iets of iemand te kuchen en te hoesten. Iedereen (ondertussen zijn dat vijf personen: naast wij twee en het Duitse koppel ook nog een Deens meisje, Fie – spreek uit: Fie-je) keek de rest stomverbaasd aan.
Na nog wat meer gehoest, gekuch en ook geschuifel, werd het weer stil. Vermits de rook zich ondanks geopende ramen en deuren in de woonkamer bleef opstapelen, gingen we eens buiten kijken of de schoorsteen wel goed werkte, en wat bleek daar bovenop het dak te zitten om wat te bekomen? Een knoert van een possum, zoals je er nog nooit een hebt gezien (jullie toch niet, haha).
Gezwind wierpen wij nog een houtblok op het vuur en sindsdien heeft geen van ons nog last gehad van een loslopende buidelrat.

donderdag 27 mei 2010

08-05 Straddie

’t Is weer weekend! Het u allen zo bekende gevoel overvalt ons alweer (hier houdt het stukje gestolen tekst uit het vorige weekendverslag op, vermits op het ‘iets leuks’ na ook in realiteit de gelijkenissen hier ophouden).
Wat dacht u van een daguitstap? Ok! Waarheen? Waarheen kan je op een gigantisch eiland met meer dan tienduizend lopende kilometer zandstrand dat zonder dralen tussen je tenen belandt als je zonder rubberlaarzen langs de branding wandelt, zorgeloos en hand in hand?
Naar een ietwat kleiner eiland natuurlijk! North Stradbroke Island ligt hier bij de deur, is een klepper van een beauty en is bereikbaar gemaakt voor mens en dier door middel van een ferryboot. Dus wij ’s ochtends in de vroegte, hop, daarop en ongeveer een uurtje later, hop, daar weer vanaf aan de overkant van ’t water.
De bus die van de ferry-terminal richting de betere plekjes gaat, liet niet lang op zich wachten en na een korte rit stonden wij alweer met beide voeten stevig op de grond en konden we beginnen aan onze kleinschalige trektocht. Langsheen kronkelende bospaden baanden wij ons een weg doorheen het struikgewas en niet veel later streken onze voeten langsheen wuivend duinengras. De Grote Oceaan was zijn naam meer dan waardig en denderde donderend aan wal. Golven, huizenhoog, sloegen neer op nog meer golven in een kolkende dans van wind en van water, van water en wind.
Gans de dag zagen wij de woeste kracht van de natuur aan het werk en ’s avonds, toen het bijna donker was, keerden wij mensjes (zonder bus, maar met de duim omhoog) tevreden terug naar huis, klein als we zijn.




Wachten op de ferry...


Hardnekkige zoutwaterbomen








Dolle pret in de duinen



Een fikse golfslag





Nog een fikse golfslag


En weer terug naar huis!

05-05 Oproep

Beste allen! De oproep die we enige tijd geleden deden om ons te briefen over het wel en wee aan het thuisfront, viel in goede aarde en bracht daaruit interessante verhalen voort. Met zeer veel plezier en geglimlach gleden onze ogen gulzig doorheen deze lectuur. Dank daarvoor.
De oproep blijft uiteraard steeds geldig en iedereen die nog meer nieuws wil brengen is uiterst welkom dat te doen, of het nu een kort mailtje is of een uitgebreid epistel. Wij zullen uw wedervaringen in beide gevallen met evenveel vraatzucht verslinden.

dinsdag 18 mei 2010

01-05 Een dosis lieftalligheid op vier poten.

’t Is weer weekend! Het u allen zo bekende gevoel overvalt ons. De week zit erop, het werk is gedaan. Twee dagen tijd om vanalles of juist niets te doen. Twee dagen zonder zorgen, waar wat niet leuk is wachten kan tot morgen. Twee dagen die nog sneller vliegen dan dat Het Liegebeest kan liegen.
Enfin, twee dagen waarop je na het kuisen van je huis, na het doen van inkopen voor de komende week en na het inhalen van alles wat je de voorbije week hebt moeten laten liggen, enkele uurtjes tijd hebt voor wat leuks.
Dat leuks was in ons geval een bezoek aan het Daisy Hill Koala Centre, een groot natuurreservaat waar vele koala’s in het wild dag in dag uit (jazeker, voor een koala is het nóóit weekend) eucalyptusbladeren zitten, hangen en kruipen te peuzelen. Geen pretje als je het ons vraagt, want zo’n eucalyptusblad is tamelijk toxisch.
Je zou denken dat ze liever iets anders eten, maar neen, taaie boombladeren vol met giftige stoffen zijn hun favoriete voedsel. De arme beestjes kunnen maar weinig van dat lekkers eten omdat ze anders al dat giftige materiaal niet verwerkt krijgen, en daardoor hebben ze niet genoeg energie om actief te wezen en brengen ze het grootste deel van hun dag al slapend door.
Die ingedommelde levensstijl draagt alleen maar bij tot hun schattigheid en verhoogt hun grijze pluchen aaibaarheidsfactor met hopen. Een koala ziet er nu eenmaal snoeziger uit dan het zachtste knuffelbeertje dat je op de kermis kan versieren, zelfs als je zijn klauwtjes om mee in de bomen te klimmen aan het werk hebt gezien.
Vermits koala’s solitaire dieren zijn is het niet zo evident er eentje in de vrije natuur te spotten, en die meevaller hebben we dan ook niet gehad, maar de twee licht getemde snoeshanen die we wél te zien kregen, maakten ons al meer dan gelukkig genoeg.



vrijdag 30 april 2010

28-04 Welgefundeerde en goed verteerde frustratie-tjes.

Moest er een schaakduel in ‘commercanterie’ worden georganiseerd tussen Australië en België, dan hebben jullie tegenvoeters (de Ozzies dus) een zet in petto die ze bij ons hopelijk nooit ontdekken.
Ergens diep in de vrijdagnamiddag, het exacte uur variërend van geval tot geval, gooien alle tankstations gezamenlijk een smak centiemen bovenop hun normale brandstofprijs, meestal zo’n tien- à vijftiental cent per liter extra (de literprijs voor gewone benzine ligt rond de 1,25 $/l). ’s Maandags valt alles stiekem weer terug op zijn pootjes.
Sinds we door hebben dat tanken in het weekend je onnodig diep in je achterzak doet duiken, denken wij telkens we een tankstation passeren op een zaterdag of zondag, dat sommige Australiërs toch serieuze stommeriken zijn.
Bovendien zijn het smeerlappen, idioten, vetzakskes en hopeloos irritante wezens als het aankomt op hoffelijkheid in het verkeer.
Als voetganger word je per definitie genegeerd, er wordt op je getoeterd als je een zebrapad nog maar durft te benaderen met het waanzinnige idee dat het oversteekplaats is voor tweevoeters. Als automobilist word je op nog meer getoeter onthaald, op de gekste manieren voorbijgestoken en van middenvingers voorzien als je keurig (en dus te traag, te goed aangeduid met je pinker, te voorzichtig) het geschikte voorsorteervak oprijdt.
De motor en knalpot van een achterliggende wagen gromt en huilt als een bezetene als je – in tegenstelling tot je mede-weggebruikers – beslist om niét door het licht te rijden dat al vijf seconden op oranje staat en elk moment rood zal worden. Het snelle vak benutten als er geen verkeer is, zodat de ander vlotjes van de oprit op de eigenlijke snelweg kan rijden, is een absolute ‘no can do’.
Wij negeren met de glimlach alles wat op die manier op ons afkomt en navigeren ons buske onverstoorbaar braafjes van A naar B.

28-04 Stelselzonne het.

Vermits we het educatieve aspect van het fenomeen ‘reizen’ naar waarde weten te schatten, achten we het bijgevolg onze plicht om onze blogberichten bij momenten ietwat educatief in te kleuren – dit is zo’n moment. (Bij voorbaat onze excuses voor het schoolmeesterachtige toontje, we zijn er ons van bewust dat jullie allen volwassen en gesofistikeerde mensen zijn die geen bijkomende opvoeding meer nodig hebben.)

’t Is al zodanig lang geleden dat onze frank viel over het hiernavolgende topic, dat we het bijna zijn vergeten te vermelden. Toch lijkt het ons niet slecht even stil te staan bij een astronomische vaststelling waar sommigen onder jullie, net zoals wij, misschien nog niet bij hebben stil gestaan.
De zon, beste vrienden, komt zoals jullie weten op in het oosten en gaat weer onder in het westen. Dat is op het zuidelijk halfrond niet anders. Wat wél anders is op het zuidelijk halfrond, is dat de zon niet van links naar rechts, maar van rechts naar links draait (of lijkt te draaien, want zoals algemeen geweten zijn het wij die draaien), hetgeen betekent dat onze meest geliefde vuurbal hier op het middaguur in het noorden hangt en niet in het zuiden. Bizar en geheel tegen onze gevoelsnatuur in, maar de zon staat hier op het heetst van de dag daar waar ze in België nooit komt.
Bij het persoonlijk verifiëren van deze informatie raden we u aan om op uw hoofd te gaan staan na het opstellen van een aarde-zon systeem. De bevestiging van onze waarneming zal als vanzelf over uw brein vallen zoals uw t-shirt zal doen vlak na het innemen van uw positie.

27-04 Over bloemetjes (en niet over bijtjes)

U weet al dat wij dagelijks (behalve dan in het weekend) vroeg opstaan om te gaan werken, maar wegens de recentelijke ontwikkelingen op dit vlak is de tijd rijp voor een update.
Het leggen van een tuinpad duurt zelfs voor een onervaren man geen eeuwen, en ook aan het samenstellen van versgeperste boekjes komt, zoals aan alle mooie liedjes, een einde. Geen uitzonderingen op die regel in ons geval, maar niet getreurd; nieuw werk lag op ons te wachten in een plantenkwekerij in Park Ridge, een dertigkal kilometer ten zuiden van Brisbane. In tegenstelling tot het vorige werk moeten we hier minstens vier weken blijven, hetgeen perfect in onze planning past.
De dames dienen plantjes te planten en knoppen te plukken (bij momenten laag-bij-de-gronds werk en dus pijnlijk voor de rug), de heren moeten serres afbreken, opruimen en weer opbouwen; snoeien en bakken met aarde heen en weer zeulen.
Vanaf half zeven ’s morgens gaan wij nu dus vredelievend om met planten, om half elf is het tijd voor ‘morning tea’, om één uur mogen we gaan lunchen en om drie uur kuisen wij (bij momenten letterlijk) onze schup af en keren we gezwind huiswaarts.
Huiswaarts is niet meer naar de bouwwerf van de voorbije weken, maar schuin tegenover het werk, in een Australisch landhuis van de eigenaar van de kwekerij, waar we tegen een huurprijs kunnen verblijven. Het optrekje biedt plaats aan acht personen, maar momenteel is er naast ons enkel een Duits koppel van onze leeftijd, zij werken ook op de kwekerij.
Ditmaal beschikken we over alle apparatuur en faciliteiten die in een woonst horen te zijn, en de eerste dagen zelfs over méér dan dat.
Er leefde namelijk een possum (een buidelrat, u welbekend uit een van de eerdere berichten uit Nieuw-Zeeland) op de kast in de badkamer – niet zo gezellig. Gelukkig was het genoeg om dit een keer te vermelden op het werk en twee dagen later was onze ongewenste medebewoner verdwenen en wonen er behalve mieren, muggen, een occasionele kakkerlak en spinnen zo groot als een pannenkoek (zeker nadat ze kennis hebben gemaakt met een verpletterende schoenzool) enkel nog menselijke beesten.






La casa


\
El trabajo