vrijdag 22 oktober 2010

22-10 Zuid-Australië in een notendop

Het eerste wat wij tegenwoordig doen wanneer we een grootstad naderen, is naar de garage gaan. Ons busje is zoals bekend niet meer van de jongste en ziet bij momenten erg af bij het afleggen van de laatste, zware loodjes. De ‘universal joints’ van onze ‘tail shaft’ (vergeef ons het gebrek aan vertaling) weigerden dienst en werden dus zonder dralen ontslaan en vervangen door gloednieuwe, vers van de pers.
Terwijl de garagist zich smerig maakte, sloften wij door de residentiële wijken van Adelaide, van het ene kleine, schattige, besmeedijzerde Victoriaanse huisje naar het andere, langs leuke winkeltjes en drukbezette terrasjes. Des te meer straatjes wij insloegen en hoekjes we omgingen, des te meer zagen wij dat het goed was.
In de geschiedenisboeken kan je lezen dat Adelaide op een mooie dag in het verleden een visionair burgemeester (met aandacht voor stedenbouw) had, en in het echt kan je de effecten van zijn grootse plan nog erg goed merken: rondom het stadscentrum ligt een (weliswaar véél, véél te brede, maar toch) groengordel (met fiets- en wandelpaden, sportvelden, hondenclubs, speeltuinen, parken, …) die de leefbaarheid van de stad – pats – maal twintig doet, en nu, zoveel jaar later, nog steeds ongelooflijk veel potentieel biedt voor nieuwe, groene openbare ruimte vlak aan het stadscentrum. Aan de hele noordzijde van de stad, met de rug tegen de bovenvermelde groenzone, ligt bovendien een strook met prachtige oude gebouwen: het museum van Australië, de South Australian Art Gallery, het Migratie-museum en nog een paar andere musea, de staatsbibliotheek, het parlementsgebouw, de ambtswoning van de staatspremier); met andere woorden: een vette cultuurkluif.
Adelaide verraste ons dus aangenamer dan dat de gemiddelde leeuw de gemiddelde gazelle doet verschieten.

In het niet zo geslaagde nieuwe busstation van Adelaide wisselden wij Nederlandstalige groeten uit met Katleen (een gewaardeerde ex-collega die dertig dagen lang groepsreisgewijs van Australië kwam proeven). ’s Avonds gingen wij mee uit eten met haar gezelschap in de Barrossa Valley, en toen zij de volgende dag weer de fiets op sprongen om verder door de golvende wijngaarden te snellen, stelden wij onze smaakpapillen op de proef in het kleinste maar fijnste wijnhuis dat we tot nu toe hebben gezien, om daarna de grootste en bekendste Australische wijnboer (misschien zegt Jacobs Creek u iets?) minder interessant te vinden dan de gemiddelde stand-up komediant met keelpijn.

De daaropvolgende dagen was het weer de beurt aan de natuur, te beginnen bij het Cleland Conservation Park, waar we dollere pret beleefden dan in het (u raadt het al) gemiddelde zomerse pretpark. We streelden koala’s over hun pluizige poep, kregen hongerige kangoeroes zo ver om ons met beide pootjes vast te grijpen en gretig het eten uit onze handpalm te knabbelen, zagen zoveel verschillende soorten kangoeroes en wallaby’s dat het ons nog altijd niet duidelijk is wat nu het juiste verschil is tussen de twee, en stonden oog in oog met een groepje emoes, het soort loopvogel waarvoor ongetwijfeld, en nog niet eens zo héél lang geleden, het gezegde “schoon van ver, maar verre van schoon” werd uitgevonden.
In Naracoorte deden wij een avondlijke poging om ons tussen ‘het volk’ te mengen en op stap te gaan, maar vermits er niets beters te vinden was dan een zeer vreemd buurtcafé vol vreemde schapenboeren en hun erg vreemde wederhelften (geef toe, een erg eentonig uitreksel van de gemiddelde Australische populatie), staakten wij onze poging en stelden we deze uit tot betere tijden.
Gelukkig waren we daar niet echt voor bovengronds vertier, maar wel voor de ondergrondse rijkdommen van het Naracoorte Caves NP (op de lijst van Unesco Werelderfgoed omwille van zijn continue reeks fossielvondsten uit alle vastgestelde tijdsperioden), vol druppende stalactieten, tergend traag groeiende stalagmieten en grot na grot met botten en andere restanten uit lang vervlogen tijden… spooky!


Adelaide: oud en nieuw



Adelaide: stadszichten



Adelaide: openbare kunst



Cleland CP: Tasmaanse Duivels!


Cleland CP: Hanne vs Emu


Cleland CP: Bart vs Kangoeroe


Cleland CP: Hanne vs Slaapkop


Cleland CP: Koala vs Eucalyptus


Cleland CP: Hanne vs Koala


Cleland CP: Bart vs Wallaby


Cleland CP: Wallaby vs Wallaby


Cleland CP: Kangoeroe vs Joey (zo heten de kleintjes in de buidel)


Cleland CP: Hanne vs Mini Kangoeroe (of is het een Wallaby?)
In ieder geval, 't is een schattig beest.


Cleland CP: Echidna vs een betonmuurtje


Cleland CP: Hanne vs Kangoeroe met Joey





De grotten en schatten van Naracoorte

maandag 18 oktober 2010

18-10 Een, twee, drie, stappen!

We klaagden er al eerder over, en terecht, want sinds ons vertrek uit Perth is mooi weer niet bepaald onze beste bondgenoot geweest. Ook in South-Australia bleek het – wij citeren uit het gevarieerde aanbod van de u welbekende Sabine Hagedoren – fris, bewolkt met regelmatig kans op buien.
Ondanks dit alles stonden er enkele dagen van buitenshuis natuurvertier op het programma. Op dag één bracht het Dutchman Stern NP (niet voor de eerste, maar wel voor de laatste keer: NP staat voor National Park) ons een adembenemende (zowel letterlijk als figuurlijk) wandeltocht van iets meer dan 8 km vol paarse veldbloemen, kronkelige bomen en luierende kangoeroes, plus twee knotsgekke berggeitjes en een paar pijlsnelle konijnen.
Die avond zagen wij op de weg voor het eerst geen dode maar springlevende kangoeroes, al stond hun hoofd er schijnbaar meer naar om bij de platgereden eerste categorie te belanden, dan om in het rijk der verende buideldieren te blijven vertoeven.
Even verderop ligt het Flinders Ranges NP, waar we de Wilpena Pound introkken, een gigantisch ovaalvorming natuurlijk bassin (een soort krater, maar dat mag je hier niet gezegd hebben) dat gebruikt werd als kant-en-klare omheinde schapenweide en graanboerderij, tot een zondvloed op een dag roet in het eten kwam gooien en het werk van tien jaar om het gebied toegankelijk te maken voor paard en kar teniet deed.
Bij wijze van drie-op-een-rij begonnen we in Mount Remarkable NP opnieuw aan een avontuurlijke stap in de wereld langsheen de Alligator Gorge, die met eindeloos geduld al eeuwenlang wordt uitgesleten door een voor de gelegenheid (en door de uitgebreide regenval van de voorbije dagen en weken) gezwollen rivier. Onszelf een weg banend van rotsige oever naar rotsige oever, stapstenen bijleggend om geen natte voeten te oogsten, klimmend en klauterend langs de druipende rotswanden, kwamen we voor een onoverbrugbare hindernis te staan ter hoogte van ‘de Narrows’ (de Engtes), een kloof van slechts een meter breed, waar het water dieper stond dan onze benen lang zijn.
Rechtsomkeer maken was de enige oplossing, en na (ditmaal iets gezwinder door de vrijgemaakte baan) een nieuwe portie steentje-springen en teentje-wringen waren we weer bij af, klaar met Moedertje Natuur, klaar voor de volgende grote stad: Adelaide.


uw geografisch verduidelijkende vriend: de kaart!




Dutchman Stern - wilde kangoeroes


Dutchman Stern - woeste berggeiten



Dutchman Stern - waanzinnige afgronden


Dutchman Stern - wonderlijke bloemperken


tussendoor een bevlogen zonsondergang...


en een onbevlogen ochtend


Flinders Ranges - een overdreven snel in mekaar gedraaid panorama van de Wilpena Pound







Mount Remarkable - een vervaarlijk slipperige riviertocht

zaterdag 16 oktober 2010

16-10 De Nullarbor Plain

Tussen West-Australië en Zuid-Australië strekt zich een 1100 km lange vlakte uit, waar behalve een tiental roadhouses amper een spoor van beschaving te bespeuren is: de Nullarbor, naar het Latijn voor ‘geen bomen’.
Het doorkruisen van dit woestijnachtige gebied heeft voor vele Australiërs bijna legendarische proporties aangenomen (allicht omdat het indertijd met paard en kar te doen was), en dus begonnen wij goed voorbereid aan onze eigen mythische oversteek. Extra drinkwater, extra benzine in de koffer, olie ververst, rem- en koelvloeistof bijgevuld en vooruit met die geit.
Waarschijnlijk hebben wij de voorbije maanden al teveel verlaten kilometers afgewerkt om er een episch gevoel bij te krijgen, en stoven op iets meer dan een dag vijftien centimeter van links naar rechts op de landkaart en reden ons daarbij een kleine jetlag (er is twee uur en een half tijdsverschil tussen WA en SA!).
Tussen het stukje van vijftien kilometer waar effectief géén boom staat, de lange stukken met struikgewas en de occasionele nood-landingsbaan voor de Royal Australian Airforce (die gewoon met witte verf op de weg staat geschilderd en je op de sattelietfoto’s van Google Earth prachtig kan zien als je veel tijd en goesting hebt), ligt het langste stuk kaarsrechte weg van Australië: 146,6 km poef rechtdoor. Het klinkt misschien niet zo gigantisch lang, maar denk er gerust even over na als u de komende weken rondrijdt in ons Belgenland en op zoek gaat naar stroken (zelfs op de snelweg) van langer dan tien kilometer zonder bochtjes! Wij dagen u uit uw langste stukken knal rechtdoor in een top-tien te gooien en op de blog te posten bij wijze van een wedstrijdje. Succes!

donderdag 14 oktober 2010

14-10 De laatste strookjes kust van West-Australië

Nog maar net de grandeur van de zuidelijke wouden van ons afgeschud, opende de horizon zich weer en was er zee in zicht. Vlak bij Denmark staan de bomen met hun tenen tot in het water en ietsje verderop is het weer een en al idyllisch strand in het William Bay National Park. De Greens Pool kon ons ondanks de visuele lokroep niet tot zwemmen brengen (al lag dat vooral aan het nog steeds bewolkte weer en de frisse temperaturen), en dus hielden wij het droog en warm met een toffe wandeling richting de Elephant Rocks die wat verderop onbeweeglijk in het water lagen. Veilig en beschut parkeerden we die avond onze slaapkamer aan Cosy Corner Beach, een plekje dat zijn naam alle eer aandeed met zijn windtrotserende duinen en beschermend kromgegroeide bomen. Enkele tientallen kilometers verderop ligt er opnieuw een dikke streep dramatische kustlijn in het Torndirrup National Park nabij Albany. Een gapende rotskloof (the Gap) en een door erosie uitgehouwen brug (de Natural Bridge) deden ons denken aan wat wij ons voorstellen bij een onbewoond Grieks eiland, ruw, knoestig en puur – een gevoel dat bizar genoeg alleen nog maar werd versterkt door on-Griekse, ongure wind- en regenvlagen. Albany zelf is geen stadje om over naar huis te schrijven (behalve dan dit ene zinnetje), dus daar verloren wij geen tijd en iets later stonden wij in het Porongurup National Park voor een wegversperring en een bord dat aankondigde dat de wandeling die wij in ons hoofd hadden, gesloten was wegens onderhoudswerken aan het pad. Een maat voor niets dus vermits alle andere wandelingen in de streek belachelijk ver weg waren. Vermits hoop doet leven, trokken we dan maar door naar Esperance, een van de weinige plekjes in Australië waar de Fransen even wat in de pap te brokken hebben gehad. Onder de niet aflatende begeleiding van slecht weer, voltooiden wij de plaatselijke ‘scenic drive’ langs de kust en wierpen wij een blik op het Pink Lake dat jammer genoeg niet roze bleek, zoals het wél doet als alle weersomstandigheden goed zitten. Aan de andere kant van Esperance, in het Cape Le Grand National Park, trokken wij onze stoutste (en stilaan licht versleten) schoenen aan met als doel de top van de Frenchman Peak, een massieve en kale granieten rotsberg, met bovenaan enkele schuilgrotten en een huizengroot gat net onder de top. Na een winderige en steile tocht en na soms noodgedwongen op handen en voeten als bedreven klimgeiten ons een weg te banen, draaiden wij meermaals rond onze as om het spectaculaire 360°-zicht tot ons te nemen. De rukwinden bleven ons ook op de afdaling gierend om de oren vliegen, maar zonder ongelukken bereikten we weer vlak terrein en toen we van tussen de struiken het zand van Lucky Bay opliepen – officieel het witste strand van Australië – bleek dat (zonder zon en met de door de regen meegevoerde vuiligheid vanuit de omliggende struiken) eigenlijk een boeltje dat zowaar voorzien was van een onwelriekend geurtje. Onze laatste dag in West-Australië kreeg toch nog een mooi en gezellig einde in de weersbestendige tent van een Vlaams koppel met drie (drie!) kinderen (vijf, zeven en negen jaar jonge koters) die al kamperend met jeep en tent ook een jaar lang op sjok zijn hier Down Under. Wij verklaarden hen voor zot, maar blijkbaar loopt alles nog op (vier) wieltjes…


De kaart


De parking van Porongurup NP


Greens Pool



Verraderlijke stukken op weg naar...


... de Elephant Rocks


Camperen in de Cosy Corner




Natural Bridge en The Gap in Torndirrup NP


De Frenchman Peak (let op het gat!)



Twee licht verschillende benaderingen van de top


Het zicht rondom


en weer naar beneden...


livestreaming van op de Frenchmen Peak


Lucky Bay bij onparadijselijke weersomstandigheden