zaterdag 10 april 2010

10-04 Een oproep!

(er is zeer veel nieuw leesvoer op de blog, te beginnen op 27-03; doorbijten is de boodschap)

Terwijl wij beetje bij beetje de Gold Coast doorkruisen op weg naar Brisbane (ondertussen zijn we al enkele tientallen kilometers resort hotels, beach front appartments en surfclubs gepasseerd, een aaneengesloten kustfront dat vage herinneringen oproept aan ons Belgische kustlandschap), vinden we de tijd welgekomen om jullie even aan het werk te zetten. Links en rechts worden we wel op de hoogte gehouden van wat er reilt en zeilt op het thuisfront, maar bij deze plaatsen we een oproep om ons massaal te vertellen over onlangse belevenissen, recente evoluties in liefdeslevens, vorderingen van verbouwingen en nieuwbouwprojecten, foto’s (van vanalles, van het werk – parking ghb en kvk bijvoorbeeld, van feestjes en jezelf) en dergelijke meer. Nostalgie met hopen graag.
(jazeker, beste familie, beste vrienden uit het Tiense, het Geelse, het Leuvense en het Hasseltse, beste collega’s en allerbeste besten die niet onder voorgenoemde categorieën vallen, u dient zich allen aangesproken te voelen!)

08-04 North Coast

Opmerkelijk feit (iets wat we al meer dan een maand zo goed als dagelijks met eigen ogen vaststellen, en waar we dus dringend over moeten berichten): blootsvoets lopen. Bij ons zie je het zelden of nooit, maar hier is het in. Misschien omdat het hele hippie-zijn hier op zich ook nogal in is. Zeer veel jongelingen vertonen hier een landlopergehalte waartegenover zelfs de mannelijke helft van ons getweeën een gladgeschoren businessyup lijkt te zijn; en op blote voeten lopen is voor die bevolking een absolute must.
Of het nu dor gras, heetgelopen asfalt of hoekige steentjes zijn, er wordt geen moment gedacht aan schoeisel, en zelfs als het wat heeft geregend, kruipen die landlopers met hun met modder besmeurde voeten zonder verpinken in hun van en in hun bed.

In Grafton slaagden we erin om weer een autoprobleem te veroorzaken. De Grafton Bridge was van nature al aan de krappe kant, en plots was daar een scherpe bocht die we iets te kort namen; boenk met de velg tegen de borduur, een schampschot gelukkig, maar toch hard genoeg om de rand van de velg te verplooien. Ondertussen is dat euvel weer verholpen en zijn we extra voorzichtig, zeker op smalle brugjes met bochten.

In Byron Bay, een echt backpackers-toeristenoord met leuke cafeetjes en winkeltjes, zijn we om iets voor zeven ’s morgens opgestaan. Nu is dat voor sommigen onder jullie misschien geen ontiegelijk vroeg tijdstip, voor niet-ochtendmensen zoals wij die dan nog op vakantie zijn, is dat ongezien en bovendien zeer pijnlijk.
De reden voor dit vreemde gedrag is uitsluitend toe te schrijven aan de ranger die met stevig gebalde vuist op onze ruiten stond te timmeren en ons duidelijk maakten dat we stante pede uit onze nest moesten komen of dat we een boete aan ons (slaperige) been hadden. Wij hadden de avond tevoren na naarstig onderzoek nochtans vastgesteld dat er nergens bordjes stonden die parkeer- of kampeerbeperkingen oplegden, maar vermits ook de ongeschreven wet telt, spoedden wij ons naar veiliger oorden.

07-04 Een koude douche

Het wonen in een bestelwagen (men moet een kat een kat noemen) heeft onvermijdelijk een aantal consequenties die afwijken van het ‘normale’ leven. Douchen is misschien het beste voorbeeld. Vermits je in ons geval niet kan spreken van een mobilhome, bestaat onze standaardbadkamer eigenlijk slechts uit een jerrycan. Het grote voordeel van een land als Australië is dat het gigantisch veel lopende meters kustlijn heeft, waar de stranden uitgerust zijn met publieke toiletten en douches. Wij maken dan ook dagelijks gretig gebruik van dit gratisse verlengstuk aan onze eigen badkamerfaciliteiten, al moeten we zeggen dat een warme douche (dat is verdorie al zo’n twee weken geleden) nog wel eens deugd zou doen.

04-02 Het hinterland van de North Coast

Na Forster, Red Rock en anderen aan de kust, namen we de afslag van de Waterfall Way, op weg naar Dorrigo National Park. In het charmante dorpje Bellingen, met zijn kleine boetiekjes vol lieflijke snuisterijen, sloegen we de nodige mondvoorraad in en een stukje verderop, op een venijnig stuk slechte weg bergop, weerklonk ineens een kletterend geratel en gerammel dat pas ophield eens we stilstonden op de zijberm.
Zonder goed te weten wat er gaande was, zagen we dat ook de auto’s achter ons stopten. Er werd verbaasd gekeken, verschrikt gepraat; brokstukken werden van de weg gehaald, maar al gauw bleek er niks erg aan de hand.
Blijkbaar was ons reservewiel van onder onze auto (waar het thuishoort) gedonderd. De mevrouw die na ons kwam (en die omdat wij tamelijk traag bergop gaan nogal kort achter ons zat) kon niet meer stoppen en niet uitwijken door een tegenligger en is er dan maar overheen gereden. De brokstukken op de weg waren even tevoren nog een plastieken beschermplaat onderaan de voorkant van haar bolide.
Gelukkig hadden wij enkele dagen eerder een (optionele) verzekering afgesloten voor materiële schade aan derden (in de verplichte verzekering zit enkel fysieke schade) en nog gelukkiger hadden we er eentje genomen zonder franchise, dus in principe moet alles zonder problemen worden afgehandeld (ookal reed de mevrouw in een Peugeot en zijn wisselstukken voor een Peugeot hier nog zeldzamer dan een ijsbeer op de zuidpool).

Na een nachtje slapen bij de Dangar Falls, hadden we de volgende dag weer pech, want de wandeling die we wilden doen (met nog meer watervallen op het menu) in Dorrigo NP, was afgesloten wegens een grondverzakking van een hele tijd geleden.

De volgende dag bracht twee soorten plezier. Eerst een garageverkoop, waar we een soort gameboy met heel wat verschillende spelletjes, waaronder tetris (jeuj, waar is den tijd!), op de kop tikten voor de spotprijs van twee dollar.
In de namiddag kwam dan onze eerste confrontatie met het icoon van het land, de kangoeroe. Een familie (zo leek het door onze mensenogen) van kangoeroes zat niet ver naast de weg op een mooi stukje gazon te ‘grazen’ (hebben kangoeroes ook vier magen en zijn het ook herkauwers? – een quizvraag voor wie zich geroepen voelt, er zijn weer virtuele kussen te verdienen!). Ze hielden ons nauwlettend in het oog en na een tijdje gaf vader kangoeroe een of ander sein waarna zijn familie in de bosjes verdween, de smeerlap. Vader keek nog even goedkeurend in het rond, en snelde dan gezwind zijn naasten achterna.

Een dag later hoorden we dat ook hier down under met winter- en zomeruur gewerkt wordt en dat het uur die nacht was veranderd. Wij waren eerst uiterst tevreden met een extra uur daglicht, maar al snel werd duidelijk dat we ons hadden vergist en dat we een uur moesten inboeten. Nu is alles hier om zes uur al in volledige duisternis gehuld.

03-04 Avonden

Wie had gedacht dat ook in een land waar het nooit echt durft te winteren, het in ‘de winter’ ook vroeg donker zou zijn. Beetje bij beetje korten de dagen in; rond zes uur begint de avond te vallen en een uur later ligt hij helemaal tegen de grond en wordt alles zwart.
Lange winteravonden dus, maar in tegenstelling tot wat jullie doen (of tot voor kort deden), kruipen wij niet tegen het haardvuur aan. ’t Is als een warme zomeravond als in België, die ergens halverwege de namiddag begint.
Eens de door de zon verlichte dag erop zit, eens we wat gegeten en gereden hebben, eens we onze woonkamer wat hebben opgekuist en wat geklust hebben in de garage, denken we nog slechts aan één ding: een parkeerplaats met een straatlamp.
Dan halen we onze literatuur boven, niets hoogdravends, maar een of ander boek dat onze interesse opwekte in de rekken van krinkloopketen Vinnies – 50, 80 of 100 cent per stuk.

02-04 Altijd prijs, met Jan Thijs!

Een korte les in Australische geografie (die misschien beter al in de vorige post had gestaan, maar goed, beter laat dan nooit nog): vertrekkende vanuit Sydney, kom je als je noordwaarts langs de kust van de desbetreffende staat New South Wales rijdt, opeenvolgend – en volkomen zoals je logischerwijze zou verwachten – de South Coast, dan de Central Coast en dan de North Coast tegen, om dan de staat Queensland binnen te rijden. Hier moet je dan eerst de Gold Coast doorkruisen en uiteindelijk, na ongeveer duizend kilometer achter de kiezen, sta je met je voorwielen in Brisbane.
In dit verhaal bevinden we ons min of meer in de streek van de North Coast. Na het doorkruisen van enkele weinig tot redelijk interessante kustdorpjes en natuurgebieden onder een bij wijlen weer erg zonnig gesternte, waanden wij ons in Port Mcquarie even met een beboterd gat in de zevende hemel. Er werd ons een soort kraslot in de handen geduwd en na wat gekras en gewriemel met een dollar waren wij – hoera, tsjingboem! – plotsklaps duizend dollar rijker. Vijftien seconden later was onze bonzende euforie al wat getemperd toen bleek dat we een Australisch getrouwd koppel moesten zijn (naast nog enkele andere voorwaarden) en dat we onze prachtige beloning pas konden opeisen na aandachtig naar anderhalf uur uitleg te gaan luisteren over een soort luxe-vakantie-model waar we dan indien het ons wat leek vrijwillig in konden participeren.
Een dik kwartier later hadden we een bijna aan de voorwaarden voldoend koppel gevonden om de winst mee te delen, maar hun helemaal (!) aan de voorwaarden voldoende ouders waren jammer genoeg niet geïnteresseerd.
Nog een tijdje – na wat extra informatie in te winnen bij de organisatie – later, bleek dat onze prijs niet per sé duizend dollar was, maar ook een vakantie (met de organisatie) kon zijn, ter waarde van duizend dollar of een flatscreen tv van zevenhonderd dollar. Wie van de drie het werd, mocht je pas te voorschijn krassen nadat je naar de uitleg was gaan luisteren.
Even helder reflecteren bracht ons tot de conclusie dat de kans uiterst groot was (laat ons zeggen zo’n 99,9 keer van de 100) dat de vakantie als winnaar uit de bus zou komen, omdat dat de enige prijs was waar de organisatie zelf iets aan had (enkel de accommodatie werd betaald, er werd dan meteen maar liefst 200 dollar boekingskosten aangerekend, …) en samen met het onbetrouwbare kantoortje en dito grietje achter de balie, werd het ons duidelijk dat het allemaal een beetje een louche bedoening was.
Op dat moment besloten we onze pogingen om een geschikt koppel te vinden waarmee we het op een akkoordje konden gooien, stop te zetten en enkele dagen later is ons winnende lot (na stevig te moeten aandringen met behulp van lucifer en aansteker) in rook opgegaan – geen mens die ooit zal weten wat er nu exact te winnen viel.

dinsdag 30 maart 2010

27-03 South and Central Coast

Na een korte periode van woordstilte, pikken we de draad weer op in Newcastle, het eerste stadje van betekenis ten noorden van Sydney, voor ons het beginpunt van een dipje. Eerst liet het weer het afweten; na de hartverwarmende zonneschijn kwam Belgisch-grijze (is dit nog steeds geen officiële kleur?) regen. Rotweer, de ganse dag. Tussen de opklaringen door konden we meemaken dat Newcastle een mekka is voor kite-surfers, die vanop hun surfbord staan te vliegeren als kleine kinderen en met de golven als springplank proberen om een paar seconden te zweven door de lucht – met wisselend succes.
Op zoek naar werk trokken we een paar tientallen kilometers landinwaards, de Lozer Hunter Valley (dat krijg je dan met een azerty toetsenbord na een tijdje op qwerty te tikken, toeval of niet?), dus de Lower Hunter Valley in, een wijnstreek. Hier vonden we hopeloos ongezellige niets-dorpjes zoals Cessnock en Maitland, jobcenters die ofwel geen buitenlanders te woord willen staan, ofwel gewoon voor niemand werk lijken te hebben, en vooral nog meer regen. Geen werk dus, ondanks ook een dagelijkse speurtocht op het internet. Blijkbaar maakt de hele landbouwsector een behoorlijk slecht seizoen mee en waren we niet op het juiste moment op de juiste plaats.
Vermits de paashaas ondertussen in het land was en de Australiërs dus geen tijd meer hadden om hun winkels, bibliotheken en andere diensten open te houden, staakten wij onze queeste naar betaalde arbeid en trokken we weer richting kust om zelf ook wat vakantie te houden.

maandag 29 maart 2010

de fotospecial! Sydney



Mexicaans eten met Margot (l) en Angelina (r)


Margot en Dean in de woonkamer/onze slaapkamer


Operahouse by night

20-03 Sydney

De tweede doortocht (volgens het motto: derde keer, goeie keer) stond net zoals de eerste in het teken van zaken: een telefoon aanschaffen (ons Australisch nummer is 0061457293921, moesten we onbereikbaar zijn via de Belgische nummers in een dringend geval), een auto op de kap tikken en alles daaromtrent regelen. Als uitvalsbasis diende Mr. Jackets, voormalig café en voormalige fotostudio, nu de gezellige woonst van onze landgenote Margot en nog zeven anderen. Tussen onze praktische beslommeringen door werd het een supertoffe week met Margot en Angelina, met zeehondluie momenten in de sofa, vreemde design-congress afterparties, crispy wedges (gefrituurde patatjes) snoepen met zicht op het Opera House, rondhangen op Glebe Market, …
Ondertussen kwam stap voor stap alles in orde en nu hebben we een nieuwe trouwe vierwieler, een Mitsubishi Starwagon uit 1992, die op dit eigenste moment bij de autodokter is om een olielek te laten dichten en de aandrijfriem te laten vervangen (van deze kinderziektes wisten we bij de aankoop alles af dankzij de mechanische check die we lieten doen, en die ons hielp de aankoopprijs te drukken).
Joske – de nieuwe naam van het busje, nadat hij eerder Ricky heette (hopelijk raakt hij nu niet in een identiteitscrisis) was de enige deftige optie in een reeks van roestige vehikels met meer dan teveel kilometers op de teller en dollars op het prijskaartje.
Er is wel nog wat bijkomend inrichtingswerk nodig aan ons rijdende huis om de mogelijkheden optimaal te benutten. We moeten er nog wat aan wennen en zien hoe alles zodanig te organiseren dat we het bed en de gordijnen niet moeten afbreken om onze pyjama te voorschijn te toveren; en zodat we aan het kookvuurtje kunnen zonder de voorraadkast te moeten demonteren.

Tot slot nog drie opmerkzame dingen: tattoeages, Johnny-bakken en behaarde benen.
Zowat iedereen heeft één en zelfs meerdere tattoos hier; bíjna zowat iedereen rijdt in een getunede, schreeuwerig gekleurde en van oogverblindend blinkende velgen voorziene boenk-kar; en énkele meisjes hebben meer haar op hun benen dan de gemiddelde baviaan.

18-03 The Coromandel and Auckland

Elk zichzelf respecterend eiland heeft wel hier en daar een schiereiland aan zich hangen; zo ook Nieuw-Zeeland. Wij besloten er nog snel eentje mee te pikken voor we ons weer (of eindelijk even) in het stadsleven gooiden. De meest voor de hand liggende (en los daarvan ook op zich interessante) optie bleek te luisteren naar de naam ‘The Coromandel’, met als hoogtepunten de Windows Walk, een wandeling doorheen verlaten mijnschachten en over in onbruik geraakte spoorlijntjes van een voormalige goudmijn; en de wandeling naar Cathedral Cove.
Snel als we zijn, bleken we ook nog even tijd te hebben om het kustgebied ten westen van Auckland te verkennen en dus lieten we een strakke zeebries door onze wilde manen gaan op de stranden van Piha en Karekare, waar zwart strandzand, een mini surftoernooitje en een compleet onzichtbare zonsondergang ons de ogen deden uitkijken.

Beschrijf Auckland in één woord? Ons antwoord: Aziaten! Waar je ook gaat of staat of zit of kijkt, de spleetoog is aanwezig. Hij wurmt en wriemelt zich tussen soortgenoten heen en weer, eet suchi met wat stokjes en praat luidkeels in het rond. Gelukkig hadden wij een kamer geboekt in een ‘serviced appartment’, een twee-kamer studiootje in een groot flatgebouw – en nog gelukkiger bleek er in de tweede kamer niemand te wonen, zelfs geen Aziaat. Na een maandje licht Spartaans op pad te zijn, hadden we nu plots meer tv’s dan we tegelijkertijd konden bekijken.
Tussendoor brachten we onze kapotte luchtmatras terug naar de winkel en wandelden we daar weer buiten met een fonkelnieuw exemplaar onder de arm; en bij het inleveren van onze snormobiel kregen we een halve dag schadevergoeding uitbetaald voor de verloren tijd met het remprobleem. Vol trots zijn we die stuivers gaan opsouperen bij Wendy’s (een hamburgerketen waar het in Amerika vol mee staat, maar waar we toen nooit zijn geraakt). Iedereen die trouwens al eens graag een McDonalds of Quick bezoekt, mag bij deze beginnen jammeren dat er bij ons geen Wendy’s zijn, want daar is het smullen met je mond vol handen (’t hoeft niet altijd gezond en propertjes met mes en vork te zijn, nietwaar?)
Voor de rest heeft Auckland ons maar matig gecharmeerd; er viel niet zo veel te beleven, er viel niet zo veel te zien en het ‘hart van de stad’, het Aotea Square, werd verbouwd tot een nóg veel toffer plein (volgens de inlichtingenborden op de afsluiting).

woensdag 24 maart 2010

de fotospecial! noordeiland 2

Hier zijn de foto's al, tekst en uitleg volgen later.



Wat nog ontbrak: de illustraties bij het artikel over luifels



Cathedral Cove


Hot water beach




Karangahake Gorge


Surfin' at Piha Beach



Walkin' at Piha Beach


Zotte fietsers



Auckland


Instructies voor aziaten op het vliegveld

donderdag 18 maart 2010

de fotospecial! noordeiland 1



Maori wijk in Rotorua

Vervaarlijk bord onderweg

Frisgroene heuvels!



Een stapje bij het Green Lake en het Blue Lake, in de buurt van Rotorua



Geiser!




Blubberende modderpoelen...



Geothermische landschappen bij Rotorua


Champagne Pool

Waitomo river